De Restauratieoorlog: hoe onze streek Portugals onafhankelijkheid redde
Tussen 1640 en 1668 vocht Portugal voor zijn onafhankelijkheid van Spanje; met Elvas, Estremoz en Vila Viçosa als decor van de beslissende veldslagen. Het complete verhaal.
OVER DE OMGEVING
We schreven al eerder over de napoleontische geschiedenis van deze streek, twee eeuwen later. Maar lang voordat Wellington en de Franse maarschalken hier rondtrokken, was de Alentejo al het decor van een veel fundamenteler conflict: de oorlog waarin Portugal zijn eigen onafhankelijkheid moest bevechten. Wat in de Portugese geschiedschrijving de Guerra da Restauração heet, de Restauratieoorlog, werd voor een groot deel uitgevochten binnen een straal van nog geen anderhalf uur van Blaõ. Elvas, Estremoz en Vila Viçosa waren niet zomaar decor: ze waren de plekken waar bepaald werd of Portugal een zelfstandig koninkrijk zou blijven.
Hoe het begon: zestig jaar onder de Spaanse kroon
Om te snappen waarom deze oorlog zo fel werd gevoerd, moet je terug naar 1580. Na het uitsterven van de Portugese koninklijke lijn viel de Portugese troon toe aan de Spaanse koning Filips II, die als Filips I van Portugal ging regeren. Zestig jaar lang werden Portugal en Spanje bestuurd onder één en dezelfde kroon; de zogeheten Iberische Unie. Wat begon als een verstandshuwelijk, groeide uit tot ergernis: Portugese edelen zagen zich gepasseerd voor belangrijke posities, en Portugese soldaten en middelen werden ingezet voor Spaanse oorlogen elders in Europa, zonder dat daar iets tegenover stond.
Op 1 december 1640 kwam de sluimerende onvrede tot uitbarsting. Een groep Portugese edelen pleegde een staatsgreep in Lissabon en riep de hertog van Bragança uit tot koning João IV. Spanje accepteerde deze afscheiding allerminst en zo begon een oorlog die uiteindelijk achtentwintig jaar zou duren, tot 1668.


Elvas: de sleutel tot Portugal
Vrijwel direct na de opstand werd duidelijk dat de grens bij Elvas, nog geen anderhalf uur rijden van Blaõ, van doorslaggevend militair belang zou zijn. Wie Elvas in handen had, controleerde de kortste route tussen Madrid en Lissabon en dus zetten beide partijen alles op alles om de stad te behouden of te veroveren.
Het meest dramatische hoofdstuk speelde zich af in januari 1659. Een Spaans leger onder Luís de Haro belegerde Elvas met veertienduizend man infanterie en vijfduizend ruiters, in een poging de stad uit te hongeren. De verdediging leek te bezwijken, tot de Portugese bevelhebber, de graaf van Cantanhede, later bekend als de markies van Marialva, vanuit Estremoz een ontzettingsleger van ongeveer elfduizend man bijeenbracht, deels gerekruteerd tot ver buiten de Alentejo, zelfs op Madeira. Op 14 januari 1659 marcheerde dit leger vanaf Estremoz naar Elvas, misleidde de Spaanse troepen met een schijnbeweging bij de forten Nossa Senhora da Graça en São Francisco, en sloeg vervolgens in de vroege ochtend toe bij een plek genaamd Murtais. De aanval werd een van de beslissende Portugese overwinningen van de hele oorlog: de Slag bij de Linhas de Elvas. Het beleg werd gebroken, en Elvas bleef Portugees.
Wandel je vandaag over de imposante, stervormige vestingwerken van Elvas (inmiddels UNESCO-werelderfgoed) dan loop je grotendeels over verdedigingswerken die precies in deze periode hun definitieve vorm kregen. De moderne bastionvorm, ontworpen naar het nieuwste Europese voorbeeld van die tijd, verving de middeleeuwse muren die niet langer bestand waren tegen artillerie.
Vlnr: Luís de Haro, markies van Marialva en Fort de Nossa Senhora da Graça



Koning João IV
Estremoz: de uitvalsbasis van de oorlog
Estremoz, eveneens ruim binnen anderhalf uur van Blaõ, speelde een andere maar even cruciale rol: die van militaire uitvalsbasis. Steeds weer was het hier dat Portugese legers zich verzamelden voordat ze de grens optrokken, zoals bij het ontzet van Elvas in 1659.
Vier jaar later, in 1663, werd Estremoz zelf bijna decor van de strijd. Een Spaans leger onder Don Juan van Oostenrijk, een onwettige zoon van koning Filips IV, en de grootste troepenmacht die Spanje ooit tegen Portugal had ingezet, trok via Badajoz Portugal binnen, veroverde Évora, en rukte op richting Estremoz. Bij het gehucht Santa Vitória do Ameixial, op nog geen tien kilometer van Estremoz, kwam het op 8 juni 1663 tot de confrontatie. Het Portugese leger, onder de graaf van Vila Flor en de Duitse generaal Schomberg, met daarbij Engelse troepen, gestuurd als onderdeel van een bondgenootschap na het huwelijk van de Portugese prinses Catharina van Bragança met de Engelse koning Karel II, versloeg de Spaanse troepenmacht volledig. Duizenden Spaanse soldaten sneuvelden, de complete artillerie ging verloren, en Évora werd heroverd. In Spanje staat deze slag bekend als de Slag bij Estremoz; een naam die treffend weergeeft hoe dichtbij de stad de dreiging kwam.
Montes Claros: de beslissende slag bij Vila Viçosa
De laatste en meest beslissende slag van de hele oorlog speelde zich af bij Vila Viçosa. Deze plek was niet zomaar een grensstad: het paleis van Vila Viçosa was al generaties lang de stamzetel van het huis Bragança, de familie waaruit koning João IV voortkwam. Een aanval op Vila Viçosa was dus meer dan een militaire zet; het was een directe aanval op het hart van de nieuwe Portugese dynastie.
In juni 1665 belegerde een Spaans leger van drieëntwintigduizend man, onder de markies van Caracena, de stad. Het Portugese leger, onder bevel van de markies van Marialva, opnieuw met Schomberg als strategisch adviseur, verzamelde zich bij Estremoz en trok op 17 juni op richting Vila Viçosa. Bij een plek genaamd Montes Claros ontstond een van de grootste veldslagen die het Iberisch schiereiland ooit had gezien: aan weerszijden stonden ruim twintigduizend man tegenover elkaar. Na zeven uur zwaar gevecht probeerde het Spaanse leger zich ordelijk terug te trekken, maar de Portugese cavalerie zag de kans en veranderde de aftocht in een complete aftocht op de vlucht. De Spaanse verliezen waren enorm: duizenden doden, gewonden en gevangenen.
De Slag bij Montes Claros gaf de doorslag. Spanje, dat inmiddels ook oorlog voerde tegen Frankrijk en te maken had met binnenlandse opstanden, kon de strijd om Portugal niet langer volhouden. Drie jaar later, op 13 februari 1668, erkende Spanje in het Verdrag van Lissabon definitief de Portugese onafhankelijkheid; achtentwintig jaar nadat de hertog van Bragança zich tot koning had laten uitroepen.
Wat er nog te zien is
Wat deze oorlog zo tastbaar maakt voor wie hem vandaag bezoekt, is dat de decors nog vrijwel intact zijn:
Elvas is nog altijd omringd door de bastionvormige vestingwerken uit deze periode, met forten als Nossa Senhora da Graça en Santa Luzia; allebei het resultaat van de militaire modernisering die de Restauratieoorlog noodzakelijk maakte.
Estremoz heeft zijn kasteel en de indrukwekkende Torre das Três Coroas nog altijd overeind, met uitzicht over precies het landschap waar de legers zich eeuwenlang verzamelden voor ze de grens optrokken.
Vila Viçosa herbergt nog steeds het Paço Ducal, het hertogelijk paleis van de Bragança's, de plek waarmee de hele oorlog uiteindelijk begon en eindigde. Een bezoek hier voelt anders als je weet dat dit letterlijk de plek was die de Spaanse troepen in 1665 probeerden te veroveren.
Vanuit Blaõ
Deze drie plekken zijn goed te combineren in één lange dag, of te verspreiden over een paar rustigere uitstapjes, allemaal op reisafstand vanuit Blão. Voor wie na dit verhaal nog meer wil weten: het is dezelfde streek, twee eeuwen later, waar Wellington en de Franse maarschalken opnieuw streden; lees daar meer over in onze blog over de napoleontische geschiedenis. Twee oorlogen, ruim honderdvijftig jaar uit elkaar, uitgevochten op nagenoeg hetzelfde stuk Alentejaanse grond.


Estremoz
Blijf in contact
