Wellington, Napoleon en de vergeten oorlog van de Alentejo

Elvas, Badajoz en Campo Maior waren strijdtoneel van een van de bloedigste hoofdstukken van de Napoleontische oorlogen. Ontdek de geschiedenis vlak bij Blaõ.

OVER DE OMGEVING

De Alentejo staat bekend om zijn rust; maar tussen 1807 en 1814 was deze grensstreek juist een van de meest verbitterd bevochten gebieden van heel Europa. Terwijl Napoleon grote delen van het continent onder de voet liep, streden Franse maarschalken en de Brits-Portugese legers van de hertog van Wellington hier om de controle over de route tussen Spanje en Portugal. Wie goed kijkt, ziet de sporen daarvan nog steeds terug in de vestingsteden op nog geen anderhalf uur van Blaõ.

De context: drie Franse invasies

Tussen 1807 en 1811 viel Napoleons leger drie keer Portugal binnen, in een poging het land; een oude bondgenoot van Engeland, aan het continentale stelsel te onderwerpen. De derde en laatste invasie, onder maarschalk André Masséna, strandde uiteindelijk voor de Linies van Torres Vedras bij Lissabon. Terwijl dit zich in het noorden en centrum van het land afspeelde, werd verderop, in de Alentejo, een tweede front gevoerd: de strijd om de grensvestingen richting Spanje, met Elvas en Badajoz als de sleutelsteden.

Elvas: de Portugese vestingstad die nooit viel

Op ruim een uur rijden van Blaõ ligt Elvas, een van de indrukwekkendste vestingsteden van Europa en sinds 2012 UNESCO-werelderfgoed. De stervormige verdedigingswerken van Elvas dienden tijdens de napoleontische oorlogen als het belangrijkste Brits-Portugese bolwerk aan de zuidelijke grens. In tegenstelling tot het nabijgelegen Badajoz werd Elvas nooit door de Fransen ingenomen. Wellington gebruikte de stad als uitvalsbasis en bevoorradingspunt voor zijn campagnes tegen Badajoz, net over de grens. Op de vestingmuren van Elvas ligt nog altijd de Britse militaire begraafplaats uit deze periode; een stille, aangrijpende plek voor wie de geschiedenis wil voelen in plaats van alleen lezen.

Campo Maior: het verzet van een handjevol militie

Op de weg tussen Elvas en de Spaanse grens ligt Campo Maior, waar zich in maart 1811 een van de dappere, kleinere hoofdstukken van de oorlog afspeelde. Een Franse troepenmacht onder maarschalk Édouard Mortier belegerde het kasteel, verdedigd door slechts achthonderd Portugese militieleden onder majoor José Talaya met vijftig verouderde kanonnen. Het fort hield het verrassend lang vol voordat het uiteindelijk viel; een voorbeeld van hoe ook kleine Portugese garnizoenen de Franse opmars vertraagden.

Badajoz: twee bloedige belegeringen

Vlak over de Spaanse grens, op amper twintig kilometer van Elvas, ligt Badajoz; decor van een van de meest tragische episodes van de hele oorlog. De stad werd in 1811 tweemaal tevergeefs belegerd door de Brits-Portugese troepen onder generaal Beresford, en pas in april 1812 definitief stormenderhand ingenomen door Wellington zelf. De bestorming van 6 april 1812 kostte de aanvallers bijna vijfenveertighonderd man in één enkele nacht; verliezen die Wellington zelf achteraf verbijsterden. Wie de stad bezoekt, kan nog altijd de bressen zien waar de Lichte Divisie en de Vierde Divisie tevergeefs de muren probeerden te bestormen, voordat generaal Picton's Derde Divisie via het kasteel alsnog wist door te breken.

Albuera: de bloedigste veldslag van de hele oorlog

Op zestien mei 1811, terwijl de eerste belegering van Badajoz nog gaande was, marcheerde maarschalk Nicolas Soult met een Frans ontzettingsleger naar het nabijgelegen Albuera. De veldslag die volgde geldt als een van de bloedigste van de hele napoleontische oorlogen: Beresford wist ternauwernood de overwinning te behalen, vooral dankzij de vasthoudendheid van zijn Britse infanterie, die immense verliezen leed. Soult trok zich terug richting Sevilla; een overwinning die Wellington in staat stelde de belegering van Badajoz opnieuw op te pakken.

Alcántara: ook hier streed men

Zelfs de Romeinse brug van Alcántara, die we in onze blog over de Taagvallei beschrijven, speelde een rol in deze oorlog: het was een strategische oversteekplaats over de Taag en maakte deel uit van de bredere frontlinie tussen de Franse en Brits-Portugese troepenbewegingen in dit deel van het schiereiland.

Vanuit Blaõ

Voor wie geïnteresseerd is in deze periode: Elvas, Campo Maior en Badajoz zijn goed te combineren in één dag, met de vestingmuren, de Britse begraafplaats en de bressen van Badajoz als tastbare overblijfselen van een oorlog die deze rustige grensstreek ooit tot een van de felst bevochten gebieden van Europa maakte. Het is Albert zijn hobby. Hij denkt heel graag mee over de route.